

Francois Villon begon zijn liederlijke carrière als studentenleider, eentje die vreugde vond in het tergen van de Parijse politiemacht en het verslepen van grensstenen om met de adellijke orde en de burgerlijke eigendomsrechten de draak te steken.
"Hij is mijn heerser noch mijn herder,
ik ben geen dank aan hem verplicht,
geen trouw, geen eerbetoon en verder
ben ik zijn teefje noch zijn nicht."








