zaterdag 2 oktober 2010


standbeeld Catullus

“Als ik niet meer van jou hield dan van mijn eigen ogen,
mijn allerbeste Calvus, zou ik jou om dat rotcadeau
haten met een haat als voor Vatinianus:
want wat heb ik gedaan of wat heb ik gezegd,
waarom jij mij met zoveel dichters akelig om zeep hielp?
Mogen de goden vele rampen geven aan die cliënt,
die jou zoveel goddeloos tuig heeft toegestuurd.
Maar als meester Sulla - dat vermoed ik namelijk -
jou dit nieuwe en exclusieve cadeau geeft,
dan vind ik het niet erg, maar best en fijn,
dat jouw inspanningen niet voor niets zijn.
Grote goden, (wat) een afgrijselijk en vervloekt boek,
dat jij zeker naar jouw Catullus
hebt gestuurd, om hem meteen de pijp uit te laten gaan,
op de dag van de Saturnaliën, de beste van de dagen!
Nee nee, zo makkelijk kom je hier niet van af, slimmerik:
want als het licht wordt, ren ik naar de dozen
van de boekverkopers, verzamel de Caesiussen, Aquinussen,
Suffenus, alle vergif,
en deze straffen zal ik jou terug cadeau doen.
Jullie intussen, de groeten, weg van hier,
daarheen, vanwaar jullie je kwalijke voet brachten,
last van deze tijd, slechtste dichters.”

Geen opmerkingen: