donderdag 12 maart 2009

"De roos van Paracelsus"


Paracelsus zei, langzaam:
`De weg is de Steen. Het vertrekpunt is de Steen.
Als u deze woorden niet begrijpt, bent u nog niet
begonnen te begrijpen. Iedere stap die u zult zetten
is het eindpunt.'
De ander keek hem achterdochtig aan. Hij zei op
andere toon:
`Is er dan een eindpunt?'
Paracelsus lachte.
`Mijn lasteraars, die even talrijk als dom zijn, zeg-
gen van niet en zij noemen mij een bedrieger. Ik
geef ze geen gelijk, maar het is niet onmogelijk dat
ik een dromer ben. Er is een Weg, dat weet ik.'

Er viel een stilte, en de ander zei:
`Ik ben bereid die met u af te leggen, al moeten
we vele jaren gaan. Laat mij de woestijn doorsteken.
Laat mij desnoods van verre het beloofde land zien,
al staan de sterren me niet toe het te betreden. Voor
ik de reis onderneem wil ik een bewijs.'
`Wanneer?' vroeg Paracelsus, onrustig.
`Nu meteen,' zei de leerling, met plotselinge be-
slistheid.

J.L. Borges: “De roos van Paracelsus”

1 opmerking:

Zeno zei

Paracelsus stond bekend om zijn lange volzinnen vol hoogdravende taal tijdens zijn colleges. Van het gedeelte van zijn familienaam Bombastus is dan ook de uitdrukking "bombastisch taalgebruik" afgeleid.